De weg van de wind
Deel 2 van De reis van Yarim
Vlag en Wimpel van de Griffeljury
|
Een
dreigend gonzen vulde de lucht boven de dorre vlakte. Yarim rende zo hard hij
kon. Hij voelde steken in zijn zij. Het zweet prikte in zijn ogen. Zijn hart
bonkte in zijn keel. Maar hij mocht niet stoppen. Hij moest de stad bereiken
voor het te laat was. Angstig keek hij achterom. Een donkere wolk raasde
langs de hemel. Honderden, duizenden sprinkhanen verduisterden de zon.
De weg van de wind
is het verhaal van Yarim, een jongen die ruim vierduizend jaar geleden leefde
in het zuiden van Irak. Koningin Ku Bau stuurt hem met een karavaan naar Pakistan
om hout, ivoor en goud te halen voor de bouw van haar graf. |
|
| Hans schreef vier boeken over
Yarim. Ze zijn gebundeld in De
reis van Yarim
deel 1: Het
gouden oog
(Zilveren Griffel) |
![]() |
Hierboven staat in spijkerschrift: |
|
De Boektopper pocket uit 2003 |
De Volkskrant: 'Het gouden oog is knap geschreven. Het boek laat zich lezen als
een avonturenroman; Yarim maakt ongelooflijk veel mee... een fantastisch
verhaal...'
|
| In De weg van de wind staat een overzichtskaart van het gebied waar het verhaal
zich afspeelt. Verder bevat het een hoofdstuk met een 'vertaling' van de
gebruikte spijkerschrifttekens, een alfabetische namenlijst en historische
informatie. Bij de research voor De weg van de wind is Hans Hagen bijgestaan door de archeoloog dr. Diederik Meijer. De Assyrioloog drs. Theo Krispijn heeft enkele tekstgedeelten uit het boek omgezet in Oud-Babylonisch spijkerschrift.
VOORWOORD
Dit boek gaat over Yarim. Hij leefde ongeveer 4400 jaar geleden in Sumer en
Akkad, een gebied in het zuiden van Irak.
|
De weg van de wind is vertaald in het Duits als Das Orakel der Koningin door Uitgeverij Urachhaus.
|
NAWOORD
Op 21 september 1985 schreef ik in het kort het idee op voor een nieuw boek.
Het moest gaan over Yarim en de koningin van de stad Kish. In de jaren daarna
las ik veel over Mesopotamië, het gebied waar dit verhaal zich afspeelt. Ik
maakte reizen naar Pakistan, Jordanië en Syrië, om sfeer te proeven en
opgravingen te bekijken.
In 1988 begon ik 'echt' te schrijven. Eerst een paar bladzijden over Yarim in
zijn dorp, dacht ik, en dan gaat hij naar de stad en ontmoet koningin Ku Bau.
Maar in plaats van een paar bladzijden, schreef ik een heel boek over Yarim,
Het gouden oog. Aan het slot kwam hij eindelijk in Kish aan, maar het verhaal
van de koningin had ik nog steeds niet verteld.
Toen Het gouden oog klaar was, begon ik in 1990 opnieuw. Ik had bedacht dat
Yarim aan de dood zou ontsnappen en dat Nanshe met koningin Ku Bau begraven zou
worden. Maar het liep anders dan ik had verwacht: het verhaal leidde zichzelf
naar een voor mij onverwacht einde.
Ik kan moeilijk afscheid van Yarim. Misschien zal ik daarom ook zelf de weg van
de wind volgen. Waarheen die leidt, dat weet ik niet. Maar als ik Yarim
terugvind, ergens op een dorpsplein of in een herberg, zal ik vertellen wat hij
heeft meegemaakt. Misschien. Ooit.
Omslag: Roelof van der Schans
Uitgeverij Van Goor
12+