Lesideeën / Dingen om te doen

 

Dingen om te doen met Jubelientje wordt wild voor meesters en juffen, voor oma’s en opa’s, en voor vaders en moeders en Jubelientje fans.

 

Deze lesideeën zijn makkelijk aan te passen aan de leeftijd van de kinderen waarmee wordt gewerkt.


 

1. DAMSCHIJFJE PIKKEN  -  bij hoofdstuk POTJE DAMMEN - pagina 62

Een grappig spelletje voor als een echt potje dammen nog te moeilijk is. 
Voor twee of meer spelers. 
Bouw een toren van damstenen op een gladde ondergrond. 
Hoe hoger de toren hoe moeilijker het spel.
Probeer om de beurt met een potlood één damsteen onder de toren uit te tikken.
De toren mag niet omvallen.

Als het lukt mag je de steen houden. 
Wie heeft aan het eind de meeste stenen?
Wie de toren omgooit, moet hem zelf weer opbouwen en krijgt geen steen.


 

2. DOB-BE-LIEN-TJE  -  lettergreep-dobbelspel


Plak (met pritt stift) op een blokje of op de zes zijden van een dobbelsteen kleine papiertjes met de zes lettergrepen: Ju-be-lien-tje, o-ma.
Iedere speler schrijft de zes lettergrepen ook op een briefje.
Om de beurt met de dobbelsteen gooien.
De lettergreep die je gooit mag je wegstrepen.
Gooi je in een volgende beurt dezelfde lettergreep dan heb je pech. Beurt voorbij.
Wie het eerst alle lettergrepen heeft weggestreept, is de winnaar van dit spelletje.
Je kunt natuurlijk ook andere dobbelstenen maken:
Ju-be-lien-tje-Dirk-Jan, Ju-be-lien-tje-en-ik,
maar je-ei-gen-naam-kan-ook.

Hoe meer spelers er mee doen, hoe langer het spel duurt. 

Minimaal twee, anders is het niet leuk.

 


 

3. DRIJF- ZINKSPELLETJES - bij hoofdstuk ALS IK WATER WAS - pagina 72

Druppeltjes: Jubelientje ziet zichzelf als een druppeltje drijven in de rivier.
Kan een druppel drijven?
Vul een groot doorzichtig glas met water en laat er voorzichtig verschillende druppels in vallen: verf, inkt, olie, melk…
Vraag van tevoren of de druppel zal drijven of zinken en kijk wat er gebeurt…

Drijven of zinken: Schijf op het bord of op papier een lijst van 20 voorwerpen en leg ze ook op tafel.
Bijvoorbeeld: lepel, lucifer, knikker, kurk, haar, blaadje, potlood, gum, kopje, dennenappel, ijsklontje, munt, paperclip, draadje wol, potloodpunt, appel, banaan, pingpongbal, liniaal… Of twintig andere dingen die nat mogen worden.
Vraag aan de kinderen: zullen de voorwerpen drijven of zinken?
Iedereen schrijft van tevoren alle voorwerpen op een lijstje en achter elk voorwerp een D van drijven of een Z van zinken.
Vul een bak met water en leg de voorwerpen er een voor een in.
Wie heeft de meeste keren goed geraden?

 


 

4. VAN AAP TOT ZWIJN  -  bij hoofdstuk WILD - pagina 7

Dieren: Praat met de kinderen over: wat is ‘wild’ eigenlijk? Uit het verhaal blijkt dat het woord
meer dan één betekenis heeft.
Wild betekent woest of ruw, maar een dier, in de natuur is ook wild. Toch gedragen lang niet alle wilde dieren zich wild.
Welke wilde dieren ken je? Maak de lijst zo lang mogelijk. Van Aap tot Zwijn, als het lukt op alfabet. Ook een vlinder en een slak zijn ‘wilde dieren’, of in elk geval dieren die in het wild leven.

Planten: En dan zijn er ook nog wilde planten en bloemen. Die groeien meestal niet in tuinen en je kunt ze niet in de bloemenwinkel kopen. Ze groeien in de berm of in het bos of in een weiland.
Pluk een bosje wilde bloemen. Er zijn een heleboel bekende: paardenbloem, boterbloem, madeliefje, zuring, klaver, klaproos, fluitenkruid, speenkruid… De bloemen die je niet kent, kun je opzoeken in een Flora over wilde planten.
Zet de bloemen per soort in een vaasje met een naambordje erbij.

 



5. WOORDEN ZOEKEN  -  bij hoofdstuk RAJAN - pagina 50

In dit verhaal zoeken Dirk-Jan en Jubelientje naar woorden in hun eigen naam. 
Laat de kinderen in hun eigen naam ook zoveel mogelijk woorden ontdekken. 
Vorm groepjes van drie of vier kinderen.
Maak per groepje logische zinnen (of een klein verhaaltje) met de woorden die de kinderen vinden. 


 

6. SPLINTERNIEUW  -  bij hoofdstuk IETS NIEUWS - pagina 20 

Jubelientje bedenkt iets nieuws, iets wat nog niet bestaat:
geen knipschaar maar een plak-aan-elkaar-schaar, en een hoedlepel voor te strakke hoeden.
Vraag de kinderen om een splinternieuw voorwerp te bedenken.
Zomaar iets, of speciaal voor op vakantie, voor in de regen, in de sneeuw, tegen de hitte, als hulpje in huis… 
Maak er een tekening en/of een gebruiksaanwijzing bij.

 


 

7. REBUS  -  bij hoofdstuk DE DIERENBRIEF - pagina 18

De dierenbrief van Jubelientje aan Dirk-Jan is een rebus: twee getekende paarden en een bloem zijn een paardenbloem. 
Laat de kinderen zelf een rebus maken op deze manier.
Soms lukt het niet om van alles een tekening te maken. Als het te moeilijk is om te tekenen, kun je ook een deel van het woord opschrijven. In Jubelientjes brief zijn postz en een getekende egel een postzegel.
Probeer een brief te schrijven met zoveel mogelijk plaatjes en zo weinig mogelijk letters.

 


 

8. LEVEN EN DOOD  -  bij hoofdstuk LELIETJES-VAN-DALEN - pagina 30

'Als je leeft ben je levend. Als je dood bent, ben je dood.’
Jubelientje vraagt zich af hoe het heet als je nog niet geboren bent. Oma praat over haar herinneringen aan opa. Hoe zeer ze hem mist, en hoe Jubelientje haar helpt om het gemis te dragen. Dit verhaal is een mooi uitgangspunt voor een gesprek wanneer een dierbare overleden is. 
Het klinkt misschien gek, maar ditzelfde verhaal kan een aanleiding zijn tot een gesprek over een kindje dat er nog niet is, maar dat wordt verwacht.
Over een opa die doodgaat en over een baby in mama’s buik hebben Hans en Monique Hagen gedichten geschreven: ‘dikke buik’ in de bundel Lichtjes in je ogen. En ‘als opa’ in de bundel Jij bent de liefste.

 


 

 

 

9. VETBOLLEN MAKEN  -  bij hoofdstuk VOGELS VOEREN - pagina 14

Vogels mogen het hele jaar door gevoerd worden. Voor meer informatie en spelletjes: kijk op www.vogelbescherming.nl 
Daar vind je ook kleurplaten, knutselideeën en informatie voor werkstukken of spreekbeurten.
Als een lokaal uitkijkt op een rustig stukje tuin kun je een vogelvoederplaats maken.
Er zijn posters te koop met de meest bekende vogels rondom het huis. Hang zo’n poster in de buurt van het raam en kijk welke vogels er op de (zelfgemaakte) vetbollen af komen.
Maak net als Jubelientje een lijst met de vogels die bij jullie komen eten.
Vetbollen: 
*blok frituurvet (500 gram) smelten, niet verder verwarmen; 
*200 gram vogelzaad erdoor mengen;
*giet het mengsel in koffiebekertjes, lege melkpakken of andere vormen; touwtje erin hangen en in de koelkast hard laten worden;
*om de vetbollen er makkelijk uit te krijgen, kun je de vorm even in heet water dompelen. 
Je kunt het vogelzaad kant-en-klaar kopen of zelf samenstellen. Vogels houden ook van zonnepitten en rozijntjes. Geen hele pinda’s in de vetbollen doen. Die zijn te groot voor jonkies.

 


 

10. GEACHTE BURGEMEESTER  -  bij hoofdstuk DE EENDEN - pagina 75

Jubelientje en Dirk-Jan maken zich zorgen om de vrouwtjes eenden in de vijver. Ze schrijven een brief aan de burgemeester.
Is er in de buurt waar de kinderen wonen ook iets om je zorgen over te maken? Een onveilige verkeerssituatie, te weinig klimtoestellen, rommel op straat, of graffiti. Wat zou je daaraan kunnen doen?
Schrijf (met de klas) een brief aan de burgemeester met jullie idee. Laat de kinderen zelf formuleren. Een brief van een kind met een leesbaar handschrift valt meer op dan een getypte of een brief met overduidelijke grote-mensen-letters! Wie weet komt er een brief met een echt gemeentewapen terug…

 


 

11. OP JE KOP IN DE SPIEGEL  -  bij de ACHTERSTEVORENBRIEF - pagina 88

Je naam achterstevoren schrijven lukt vaak nog wel.
Maar letters in spiegelschrift schrijven is moeilijker.
Gebruik een spiegeltje als hulpmiddel.
Begin met je eigen naam. Daarna kun je korte briefjes aan elkaar schrijven en proberen om die zonder spiegel te lezen.
Als je achterstevoren-schrijven zat bent, kun je ondersteboven-lezen oefenen. Daar is Jubelientje ook erg goed in. Hoe lang lees je over een regel ondersteboven? Hoe meer je oefent, hoe sneller het gaat. Niet stiekem eerst gewoon lezen natuurlijk.

 


 

12. PUNTJE TAART  -  bij hoofdstuk POTJE DAMMEN - pagina 62

Als oma weer eens dreigt te verliezen met dammen bedenkt ze een list. Ze vijzelt haar puntentotaal op met een puntje appeltaart.
Bak met een groepje handige kinderen samen een taart. Niet zomaar één, maar Jubelientjes lievelingsappeltaart: goed voor zeker 12 punten. Verdeel de taken zo eerlijk mogelijk. Er zijn verschillende taken: appels schillen en snijden, vorm invetten, beslag maken…

Eerst:
*springvorm van 24 cm Ø invetten en met bloem bestuiven;
*1 kg goudrenetten in stukjes snijden en mengen met: 
- 1 eetlepel kaneel
- 3 eetlepels bruine basterdsuiker
De appelstukjes kunnen best een half uurtje staan om suiker en kaneel in goed in te laten trekken.

Beslag: 
200 gram zachte boter of margarine
200 gram suiker
zakje vanille suiker
snufje zout
4 eieren
300 gram zelfrijzend bakmeel

= Klop (met mixer of keukenmachine) boter, suiker, vanillesuiker en zout schuimig.
= Klop er één voor één de eieren erdoor.
= Schep het zelfrijzend bakmeel er voorzichtig doorheen.
= Ruim de helft van het beslag in de springvorm scheppen.
= Appelstukjes erop leggen.
= Rest van het beslag erover verdelen. De appels hoeven niet helemaal bedekt te worden.
= 60 minuten bakken in de oven op 160 graden.
= Taart af laten koelen en bestrooien met poedersuiker.
= In punten snijden en opeten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 Lesideeën: Monique Hagen


TERUG NAAR HET BEGIN