Maliff en de wolf

          een vertelling in woord en klank
          door
          Hans Hagen & Erik Karsemeijer

 

In de kinderboekenweek van 2004 speelden Hans en Erik de laatste 12 voorstellingen van Maliff en de wolf. 
Ter gelegenheid hiervan werd Maliff en de wolf samen met Het spoor van de panter opnieuw uitgegeven 
door Querido, onder de titel Wilde beesten

 

Een groep herders trekt door de stoffige, hete woestijn: Maliff, de vader van Maliff en oude oom Izar. Bij het kampvuur vertellen ze elkaar dromen en verhalen. Over de wind die mensen vormt uit zand, over de vrouw die haar kind verloor in de woestijn...
Op een dag vindt Maliff een grijs wolfsjong. Oom Izar pakt zijn geweer om het wolfje te doden voordat de wolvin de schaapskudde op het spoor komt. Bovendien kan oom Izar de vacht goed gebruiken - hij heeft een nieuw vel nodig voor zijn trom... Maliff beschermt het wolfje. Hij wil het houden en temmen: 'Ik maak van die wolf een herdershond!'
Wie krijgt zijn zin, Maliff of oom Izar?
Wordt de wolf een trommelvel of tam?

Samen met Erik Karsemijer bewerkte Hans Hagen zijn boek Maliff en de wolf tot een vertelling in woord en klank. Zij speelden het in totaal 188 keer voor kinderen vanaf acht jaar en als familievoorstelling. Zij traden op in scholen, bibliotheken en theaters in binnen- en buitenland.
Hans Hagen vertelde en Erik Karsemeijer kleurde de vertellingen met klank en muziek. Hij bespeelde ongeveer zeventig traditionele instrumenten van Aziatische en Indiaanse oorsprong, waaronder Nepalese en Tibetaanse klankschalen, trommels, gongs, ratelaars, herdersfluit en sandawa. Met klank en muziek lokte hij de luisteraars 176 keer mee de woestijn in…

 

Hans Hagen en Erik Karsemeijer traden samen ook op met de vertelling KONING GILGAMESJ.

 

BOEK: De vertelling was gebaseerd op het boek MALIFF EN DE WOLF van Hans Hagen, Uitgeverij Van Goor, Amsterdam 1994, ISBN 9000 02979 1

INSTRUMENTARIUM
Erik bespeelde een scala van traditionele instrumenten van Aziatische, Afrikaanse en Indiaanse oorsprong. Naast het spelen met Hans Hagen geeft hij concerten en lezingen en werkt hij met groepen aan stembevrijding en klankbewustzijn.
Enkele van de ongeveer 70 instrumenten die gebruikt werden bij de vertelling zijn:

SANDAWA
Een 13-snarige, liggende harp. Het is een afgeleide van de japanse koto. De koto was vroeger bespannen met zijden snaren. De snaren van de sandawa zijn van metaal.
Aan de onderkant van deze sandawa zit nog een tweede instrument, een monochord. De monochord bestaat uit twintig snaren die allemaal precies hetzelfde gestemd zijn, hetzelfde resoneren.

 

 GONG
Er zijn gestemde en ongestemde gongen. De meeste gongen komen uit China, Birma en Indonesie en werden oorspronkelijk gebruikt in tempels en heiligdommen. Gongen symboliseren de zon. Ze worden ook wel tam-tam genoemd.

CABASA
Rammelaar of ratelaar uit Afrika, meestal een met pitten of zaden gevulde pompoen of kalebas. Vaak worden ook schelpjes in een net om de vrucht gespannen. Dit instrument symboliseert ook het water en wordt bij sommigen rituelen als een regenmaker beschouwd.

 

KLANKSCHALEN
Klank- of zingende schalen worden gemaakt van zeven metalen, daardoor zijn ze zeer boventoonrijk. Deze schalen hebben een heilzame werking op lichaam en geest en worden ook gebruikt bij klankbehandelingen waarbij iemand een verfrissend 'klankbad' krijgt.

KALIMBA of SANSA of MBIRA
Een houten kistje met een klankgat (zoals ook een gitaar dat heeft). Op het kistje zijn metalen of bamboe lippen bevestigd die met de duimen bespeeld worden. Daarom heet dit instrument ook wel duimpiano. De duimpiano bestaat in allerlei maten. Ze worden veel door Afrikaanse herders bespeeld terwijl zij zingen.

SPLEETTROM
Oorspronkelijk gemaakt van een uitgeholde boomstam. Aan de bovenzijde werden lippen van verschillende lengtes gezaagd. Door op die houten lippen te slaan krijg je verschillende klanken.
Spleettrommen komen veel voor in China, Midden-Amerika en Oceanie. Vaak hebben ze de vorm van een vis.

SNORREHOUT of SNORREBOT
Dit is het oudste instrument ter wereld. Een ovaal stuk hout of bot wordt aan een touw rondgeslingerd - het snorrende geluid dat ontstaat werd vergeleken met de stem van de wind of de donder, of met kreten van de goden.