|
Lieske
stampte de trap op. Haar voetstappen klonken hol, beng-deng-heng-engg....
Twaalf keer. Bijna haar leeftijd.
'Leeg,' bromde opa. 'Hol en leeg en kaal.' Hij slofte achter Lieske aan naar
boven. De laatste ronde. 'Ik ken alle hoeken en gaten van dit huis,' zei opa
terwijl zijn hand over de muur gleed. 'Hoe vaak heb ik deze kamers niet
geschilderd...'
Lieske trok aan opa's mouw. 'Ik weet één plekje dat jij niet kent. Op de
logeerkamer. Kom mee.' Ze bukte in de hoek waar het hoofdeinde van het bed
had gestaan. De plaats waar zij altijd sliep. Waar ze nooit meer slapen
zou... Het behang onder de vensterbank zat los. Voorzichtig boog Lieske het
om en ze wees naar de letters die ze op de muur had geschreven. 'Dit is mijn
geheime plaats,' zei ze. 'Hier schreef ik op wat niemand weten mocht, de
namen van - '
' - van de jongens op wie je verliefd was,' zei opa.
'Hè?'
'Alle hoeken en gaten,' zei opa lachend. 'Dat zei ik toch al. Je lijkt veel
op je moeder, wist je dat?' Opa liep naar het kleine slaapkamertje aan de
voorkant van het huis, knipte zijn zakmes open en gaf het aan Lieske. 'Maak
dat luik eens open.'
Lieske stak het mes tussen twee planken en wipte er een omhoog. Op het ruwe
hout aan de onderkant stonden verschillende namen...
|

|